Stadsgedicht Esohe Weyden: Tot de stilte bezwijkt

Tot de stilte bezwijkt

Met het gedicht Tot de stilte bezwijkt brengt stadsdichter Esohe Weyden een krachtige boodschap: dat we trots mogen zijn op onze verschillen, en dat net daarin de schoonheid van een stad schuilt.

Elke AUHA-instelling draagt één strofe. Samen vormen ze een geheel dat de stad verbindt. Volg de wandeling van campus naar campus en ontdek onderweg het volledige gedicht.

De plannetjes van de wandeling vind je terug op verschillende AUHA-campussen.

Strofe 1 – KdG Campus Zuid

Blikken raspen langs mijn lichaam,

steken als splinters in mijn huid.

In mijn poriën huizen generaties liefde.

Dit lijf blijft overeind. Dit lijf is thuis.

Strofe 2 – UAntwerpen Campus Meerminne

Een stad is meer dan steen en straat.

Ze groeit waar verschil niet wordt gevijld,

waar geen lichaam wordt gedwongen

tot één manier van zijn.

Strofe 3 – AP Hogeschool campus Spoor Noord

Kennis knettert, kantelt denkkaders,

laat stelligheden wankelen,

snijdt door woorden die uitsluiten,

tot elke stem haar klankkast vindt.

Strofe 4 – Antwerp Maritime Academy

Wanneer wat op kleur wordt gewogen

in de ogen wordt gekeken,

bezwijkt de stilte, legt wantrouwen zich neer

en krijgt liefde weer ruimte.

Met dit stadsgedicht benadrukt stadsdichter Esohe Weyden de kracht van diversiteit en verbinding in onze stad.

Tot de stilte bezwijkt

Blikken raspen langs mijn lichaam,

steken als splinters in mijn huid.

In mijn poriën huizen generaties liefde.

Dit lijf blijft overeind. Dit lijf is thuis.

Een stad is meer dan steen en straat.

Ze groeit waar verschil niet wordt gevijld,

waar geen lichaam wordt gedwongen

tot één manier van zijn.

Kennis knettert, kantelt denkkaders,

laat stelligheden wankelen,

snijdt door woorden die uitsluiten,

tot elke stem haar klankkast vindt.

Wanneer wat op kleur wordt gewogen

in de ogen wordt gekeken,

bezwijkt de stilte, legt wantrouwen zich neer

en krijgt liefde weer ruimte.

© Esohe Weyden, stadsgedicht 2026

www.stadsdichters.be

Foto’s: Jelle Jansegers